SluitenHelpPrint
Switch to English
Cursus: RGBUSBR002
RGBUSBR002
Inleiding staats- en bestuursrecht
Cursus informatie
CursuscodeRGBUSBR002
Studiepunten (ECTS)7,5
Categorie / Niveau1 (Bachelor Inleiding)
CursustypeCursorisch onderwijs
VoertaalNederlands
Aangeboden doorFaculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie; Undergraduateschool REBO; Bachelor Rechtsgeleerdheid;
ContactpersoonG.E. Creijghton-Sluyk
E-mailg.e.creijghton-sluyk@uu.nl
Docenten
VorigeVolgende 5
Docent
mr. M.S.K. Akkerman, BA
Overige cursussen docent
Docent
I.M. Boekema
Overige cursussen docent
Docent
G.E. Creijghton-Sluyk
Overige cursussen docent
Contactpersoon van de cursus
G.E. Creijghton-Sluyk
Overige cursussen docent
Docent
mr. T.N. van Duffelen
Overige cursussen docent
Blok
1  (31-08-2020 t/m 08-11-2020)
Aanvangsblok
1
TimeslotABCD: ABCD
Onderwijsvorm
Voltijd
Cursusinschrijving geopendvanaf 02-06-2020 t/m 28-06-2020
Aanmeldingsprocedureadministratie onderwijsinstituut
Inschrijven via OSIRISNee
Inschrijven voor bijvakkersJa
VoorinschrijvingNee
WachtlijstNee
Cursusdoelen
1. Kennis, begrip en inzicht
Na afloop van de cursus:
  • heeft de student kennis en begrip van en inzicht  in de grondslagen van het publiekrecht verworven. Deze kennis, dit begrip en dit inzicht wordt verworven op de terreinen:
    • Democratie: welke staatsmachten kennen we in Nederland? Welke mate van democratische invloed bestaat ten aanzien van hun samenstelling? Hoe verhouden de (al dan niet democratisch gelegitimeerde) staatsmachten zich tot elkaar?
    • Legaliteit: hoe komen overheidsorganen aan hun bevoegdheden? Aan welk soort organen/lichamen wordt doorgaans welk soort bevoegdheden toegekend? Welke staats- en bestuursrechtelijke normen bestaan er ten aanzien van de wijze waarop deze bevoegdheden worden uitgeoefend?
    • Grondrechten: welke grondrechten kennen wij? Hoe werken grondrechten in verticale relaties (overheid –  burger)? Hoe wordt de reikwijdte van een grondrecht bepaald? Welke beperkingen zijn toegestaan?
    • Rechterlijke controle: op welke wijze is het stelsel van de rechtspraak in Nederland georganiseerd; in het bijzonder dat van de rechtsbescherming tegen de overheid? Welke spanning bestaat er tussen de rechterlijke controle en de andere 'machten'? Wat behelst het grondwettelijke verbod van constitutionele toetsing en hoe verhoudt dat verbod zich tot de toetsing aan internationaal recht?
    • Decentralisatie: hoe werken leerstukken van machtsverdeling binnen het kader van decentralisatie? Hoe is democratie vormgegeven ten aanzien van ons decentrale bestuur? Welk soort bevoegdheden is gedecentraliseerd?
 
2. Contextuele inbedding 
Na afloop van de cursus
  • heeft de student inzicht in vraagstukken m.b.t. (feitelijkheden) in de politieke actualiteit (bijvoorbeeld: welke partijen zijn thans nodig voor het vormen van een meerderheid in Eerste of Tweede Kamer?).
  • heeft de student inzicht in vraagstukken m.b.t tot de werking van politieke en bestuurlijke processen in de praktijk (die soms anders is dan de harde rechtsregel).
  • heeft de student inzicht in vraagstukken van uitleg en systematiek van het positieve staats- en bestuursrecht.
  • heeft de student inzicht in vraagstukken over de wenselijkheid van bepaalde institutionele arrangementen tegen de achtergrond van de politiek-filosofische context die in de te hanteren literatuur wordt aangeboden.
3. Algemene academische en juridische vaardigheden (niveau 1) 
Na afloop van de cursus: 
  • is de student getraind om relevante informatie te selecteren uit aangeboden bronnen en/of handboeken.
  • is de student getraind om inhoudelijke relevantie en actualiteit van aangeboden informatie te beoordelen.
  • is de student getraind om het verschil te signaleren tussen rechtswetenschappelijke kennis en journalistiek en praktisch informatief voorlichtingsmateriaal.
  • is de student getraind om grote hoeveelheden tekst kernachtig (functioneel) samen te vatten.
  • is de student getraind om met een gegeven of voor de hand liggend trefwoord relevante wetten, verdragen en artikelen daaruit te vinden in de wetgevingsedities voor studenten (Vermande en/of Kluwer).
Inhoud
Wat doet de regering, een minister, een burgemeester precies? En wie controleert hen op de stevige juridische middelen die zij hebben als zij ingrijpen in het leven van burgers? Kan het anders, moet het wellicht anders? Deze vragen raken de kern van de inleidende cursus Staats- en bestuursrecht.
Bij de cursus Inleiding Staats- en Bestuursrecht  wordt aandacht besteed aan de beginselen van democratie en rechtsstaat. Principes als het legaliteitsbeginsel, machtsverdeling, grondrechten en rechtsbescherming door een onafhankelijke rechter liggen ten grondslag aan het gehele publiekrecht, waaronder het strafrecht en het staats- en bestuursrecht in brede zin. 
De grondslagen van het publiekrecht zijn in de loop van de geschiedenis tot ontwikkeling gekomen. In het onderwijs komt voornamelijk hun hedendaagse concretisering in het geldende recht aan bod. 
Thema’s die in de cursus centraal staan zijn, naast de hiervoor genoemde beginselen van de democratische rechtsstaat, de inrichting van de staat, inclusief die van de rechterlijke organisatie en de rechterlijke toetsing. 
Ter uitwerking van het legaliteitsbeginsel en bij de bespreking van rechtsbescherming tegen de overheid wordt in deze cursus ook ingegaan op bevoegdheidsverkrijging en normering van die bevoegdheid, waarmee een algemene inleiding wordt gegeven op enkele kernbegrippen en leerstukken uit het bestuursrecht, zoals het bestuursorgaanbegrip, het besluitbegrip en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Structuur van het onderwijs
De cursus Inleiding staats- en bestuursrecht gaat uit van een specifieke volgorde van wekelijkse onderwijsmomenten, die je per thema eenmalig doorloopt.
 
Nadat je de week met zelfstudie bent begonnen, bezoek je het hoorcollege voor uitleg van de stof van dat thema (hoofdlijnen en geselecteerde onderdelen). Na zelfstudie en het hoorcollege maak je op dinsdagochtend een online opdracht. Deze opdracht is gebaseerd op de kennis van het thema van die week en op (juridisch) academische vaardigheden die in een eerdere week aan bod zijn gekomen. Je weet hierdoor vroeg in de week hoe je ervoor staat qua kennisbeheersing en kan je nog extra inlezen en voorbereiden als dat nodig blijkt.
Wat nu als je na de zelfstudie, het hoorcollege en de online opdracht met vragen zit? Stel ze aan ons! Precies hiervoor hebben we het feedback-college. Op dinsdag kan je jouw vragen over de inhoud, vaardigheden, context, etc. toesturen, waarna wij ze door middel van een opgenomen college (clip) nog dezelfde dag beantwoorden. Na alle voorgaande onderwijsmomenten rest nog de werkgroep. Ter voorbereiding hierop maak je opdrachten uit de reader. De werkgroep is voor de nabespreking van die opdrachten. Daarnaast wordt in de werkgroep gewerkt. Dit doen we aan de hand van een opdracht die ter plekke wordt uitgedeeld.
 
Plaats van de cursus in het curriculum:
  • Verplichte cursus in bachelor Rechtsgeleerdheid.
Competenties
-
Ingangseisen
-
Verplicht materiaal
Boek
M.C. Burkens e.a., Beginselen van de democratische rechtsstaat: inleiding tot de grondslagen van het Nederlandse staats- en bestuursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2017.
Boek
Hoofdzaken van het Bestuursrecht van Prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels, e.a. Wolters Kluwer 2019, 9de druk.
Bundel
Jurisprudentiebundel Staats- & bestuursrecht 1849-2019, Ars Aequi 2019, 6de herziene druk.
Literatuurlijst
Overige voorgeschreven literatuur en jurisprudentie wordt via Blackboard beschikbaar gesteld.
Werkvormen
Hoorcollege in timeslot AC

Ik ben herhaler -timeslot D

Ik ben minor-/bijvakstudent -timeslot BD

Online feedback-college

Online hoorcollege

ULC introductiebijeenkomsten

Werkgroep

Algemeen
Er wordt 2 uur werkgroep per week gegeven.

Toetsen
Online opdrachten wekelijks timeslot B
Weging15
Minimum cijfer1

Beoordeling
Wekelijks een verplichte korte online opdracht (6 weken). Tenminste vijf opdrachten dienen ingeleverd te worden, men mag 1x een opdracht missen. Zie de vakinformatie in de reader. Herkansen van een onvoldoende, of niet ingeleverde opdracht is niet mogelijk. Indien minder dan vijf opdrachten tijdig worden ingeleverd, is het niet mogelijk de cursus met goed gevolg af te sluiten.

Schriftelijke toets
Weging85
Minimum cijfer1

Beoordeling
Schriftelijke eindtoets over de gehele stof.

SluitenHelpPrint
Switch to English