SluitenHelpPrint
Switch to English
Cursus: 200500402
200500402
Bacheloronderzoek studiepaden Sociale, Gezondheids- en Arbeids- en organisatiepsychologie
Cursus informatieRooster
Cursuscode200500402
Studiepunten (ECTS)15
Categorie / Niveau3 (Bachelor Gevorderd)
CursustypeEindscriptie
VoertaalNederlands
Aangeboden doorFaculteit Sociale Wetenschappen; Undergraduate School Sociale Wetenschappen; Psychologie;
Contactpersoondr. T.G.E. Damen
E-mailT.G.E.Damen@uu.nl
Docenten
Contactpersoon van de cursus
dr. T.G.E. Damen
Overige cursussen docent
Docent
Docenten van de afdeling/departement(en)
Overige cursussen docent
Blok
3-4  (04-02-2019 t/m 28-06-2019)
Aanvangsblok
3
Timeslot-: Niet van toepassing
Onderwijsvorm
Voltijd
Inschrijven via OSIRISNee
Inschrijven voor bijvakkersNee
VoorinschrijvingNee
WachtlijstNee
Cursusdoelen
Bij de uitvoering van het bacheloronderzoek wordt bij de student een academische attitude verondersteld. Hierbij worden zo veel mogelijk alle vaardigheden en kennis die in de bacheloropleiding tot nu toe zijn verworven gebruikt. Dat betreft zowel de kennis die is verworven binnen het gekozen studiepad als de (onderzoeks)vaardigheden die in de loop van de bacheloropleiding zijn opgedaan. Zie de OER, 'doel van de opleiding' voor de formulering van leerdoelen en de specifieke eindtermen.
 
Relatie tussen de toetsen en leerdoelen
In het bacheloronderzoek wordt getoetst of de student beschikt over een academische attitude en over de kennis en vaardigheden die van een beginnend onderzoeker op bachelorniveau kunnen worden verwacht. Dat valt uiteen in een procesmatige beoordeling van de academische attitude, een beoordeling van twee producten (het eindverslag en een mondelinge presentatie) en een controle of de student 12 uren zelf proefpersoon is geweest. Tijdens het onderzoeksproces beoordeelt de docent of de student op een verantwoorde en wetenschappelijke wijze omgaat met de beschikbare vakkennis en vaardigheden. Bovendien wordt getoetst of de student op een integere en professionele wijze omgaat met methodologische en statistische vraagstukken. Tenslotte wordt getoetst of de student op een ethisch verantwoorde wijze omgaat met participanten, medestudenten, docenten en andere bij het onderzoek betrokken partijen. Naast de toetsing van het onderzoeksproces worden twee eindproducten beoordeeld die te maken hebben met belangrijke daarbij behorende onderzoeksvaardigheden: het eindverslag en een mondelinge presentatie van het onderzoek. Het eindverslag wordt beoordeeld door de begeleidend docent en een tweede beoordelaar; de mondelinge presentatie wordt beoordeeld door de begeleidend docent en tenminste één medebeoordelaar. Toetsing van het proces en de twee eindproducten vindt zowel groepsgewijs als individueel plaats. De groepsgewijze toetsing behelst het beoordelen van het gezamenlijke onderzoeksproces en de twee met de groep geproduceerde eindproducten. Ook vindt formatieve toetsing plaats door middel van een plenaire feedbacksessie halverwege de cursus. De individuele toetsing vindt plaats door middel van een individueel feedbackgesprek halverwege de cursus en een individueel mondeling tentamen aan het eind van de cursus. Tijdens deze gesprekken wordt getoetst of de individuele student voldoende eigenaarschap bezit van zowel proces als de producten. Op basis van deze twee toetsmomenten en op basis van observaties van de docent tijdens het proces past de docent - indien nodig - de voor de groep bepaalde cijfers (naar boven of naar beneden) aan voor de individuele student. Tenslotte wordt beoordeeld of de individuele student 12 uur lang zelf als participant heeft deelgenomen aan psychologisch onderzoek.
Inhoud
N.B.: Als ingangseis voor het Bacheloronderzoek geldt dat MTS 1 en 2 en één van de MTS3-cursussen voltooid moeten zijn. Het verdient aanbeveling ook de twee in het kader van het studiepad voorgeschreven of aanbevolen trainingen met voldoende resultaat te hebben voltooid, zeker als je van plan bent de betreffende methodologie in je bacheloronderzoek toe te passen. In dat geval worden de betreffende (voor)kennis en vaardigheden bekend verondersteld.
N.B.: Het Bacheloronderzoek is in principe ingeroosterd in het tweede semester. Studenten die daar een goede reden voor hebben (en aan de ingangseisen voldoen), bijvoorbeeld omdat zij voor hun studie in het tweede semester onderwijs willen volgen in het buitenland, kunnen zich ook inschrijven voor een Bacheloronderzoek in het eerste semester (let op: verschillende inschrijfcodes voor elk semester!). Men moet er dan wel rekening mee houden dat het aanbod van thema's in het eerste semester echter zeer klein is.
N.B.: In plaats van het uitvoeren van een bacheloronderzoek op het gebied van de eigen opleiding is er voor studenten ook de mogelijkheid tot het (individueel of in groepsverband) uitvoeren van een bacheloronderzoek op het gebied van de Methoden en Statistiek. Coördinator hierbij is Mirjam Moerbeek (tel.nr. 030-2531450; m.moerbeek@uu.nl).

In het onderzoek bij Sociale, Gezondheids- en Arbeids- en organisatiepsychologie wordt kennis verworven en toegepast op verschillende terreinen: een belangrijk aandachtsgebied binnen de Sociale Psychologie is om de functies en gevolgen van de sociale relaties systematisch te analyseren om zodanig sociaal gedrag beter te begrijpen. In de Arbeids- en Organisatiepsychologie wordt aandacht besteed aan motivatie, welbevinden en prestatie van werknemers in organisaties. Eén van de hoofdthema's is gericht op de vraag hoe groepen en individuen in organisaties functioneren en hoe dat verbeterd kan worden. De thema's die vanuit de Sociale, Gezondheids- en Arbeids- en organisatiepsychologie worden bestudeerd kunnen in het algemeen zowel in het laboratorium (hetzij beperkt) als via survey- en veldonderzoek worden onderzocht. Welke concrete onderzoeksprojecten er jaarlijks worden aangeboden staat twee weken voor aanvang van het bacheloronderzoek op Blackboard.
Proefpersoonuren
Elke bachelorstudent moet zelf tenminste 12 uur hebben gefungeerd als proefpersoon in psychologisch onderzoek. Maximaal 6 proefpersoonuren mogen worden verzameld door deelname aan online studies. Formeel is de proefpersoonregeling ondergebracht bij het bacheloronderzoek: de student heeft pas aan de eisen van het bacheloronderzoek voldaan wanneer hij/zij 12 uur proefpersoon is geweest. De proefpersoonuren kunnen tijdens het bacheloronderzoek worden verzameld maar ook al daarvoor wanneer hij/zij als proefpersoon aan psychologische onderzoeken heeft deelgenomen. Zie ook de algemene beschrijving van het bacheloronderzoek.
Kosten
Aan het BO kunnen kosten verbonden zijn, zoals reiskosten, kopieerkosten, kosten voor testmateriaal en in bepaalde gevallen auteursrechtelijke kosten voor het gebruik van bestaande vragenlijsten. Soms moeten ook proefpersoonkosten worden gemaakt voor zover het onderzoek niet in de proefpersoonurenregeling kan worden ondergebracht. Deze kosten dienen door studenten zelf betaald te worden.
Ingangseisen
Er moet voldaan zijn aan minimaal één van de cursussen:
- B1: M&S 1 (200200791)
- MV: Methoden en Statistiek 1 voor Psy (200300153)
- MV: Methoden en statistiek 1 voor psych. (200401022)
- OV: Methodenleer & Statistiek Psy Stat (200401101)
- MV: Methoden, techn. & statist. 1 psych. (200501022)
- MV: KOM (PSY) (201800051)
En er moet voldaan zijn aan minimaal één van de cursussen:
- MV: Methoden en Statistiek 2 voor Psy (200300144)
- MV: Methoden en Statistiek 2 voor Psy (200300145)
- MV: Methoden en statistiek 2 voor psych. (200401023)
- OV: Methoden en statistiek 2 voor psych. (200401087)
- MV: Methoden, techn. & statist. 2 psych. (200501023)
- MV: TOE (PSY) (201800055)
En er moet voldaan zijn aan minimaal één van de cursussen:
- MK: MTS3: Context K&J-psychologie (200300065)
- MK: MTS3: Context Psych. Functieleer (200300076)
- MK: MTS3: Context KP (200300104)
- MK: M&S 3 Context SOP (200300160)
- MK: MTS3: Context SGOP (200400460)
- HC: MTS3: Context K&J-psychologie (201400065)
- HC: MTS3: Context SOP (201400460)
- MK: MTS3: Context Cognitive Psychology (201700076)
- MK: MTS3: Context Clinical Psychology (201700104)
Verplicht materiaal
Literatuur
Studenten zoeken in overleg met de themadocenten zelf naar relevante literatuur.
Diverse
Studenthandleiding Bacheloronderzoek op Blackboard.
Aanbevolen materiaal
Boek
In overleg met de docent.
Werkvormen
Bacheloronderzoek

Algemeen
In subgroepjes werken de studenten aan de voorbereiding, opzet, uitvoering en rapportage van een psychologisch, empirisch onderzoek. Gemiddeld één keer per week vindt er overleg plaats met de begeleid(st)er. Tijdens dit overleg komen aan de orde: voortgang van het onderzoek en gesignaleerde problemen bij de uitvoering van het onderzoek.

Voorbereiding bijeenkomsten
Op de eerste plenaire bijeenkomst wordt de doelstelling en werkwijze in het bacheloronderzoek verder toegelicht. Eerder zijn de studenten al toegewezen aan een docent en ingedeeld in groepjes. De student wordt geacht een actieve bijdrage te leveren zowel aan de voorbereiding van de eigen subgroepbijeenkomsten als aan de gesprekken met de docent, in de vorm van schriftelijke of mondelinge rapportage (notities, conceptteksten, analyses etc.).

Bijdrage aan groepswerk
Van de student wordt verwacht dat hij/zij actief deelneemt aan besprekingen en discussies binnen de subgroep en aan de voortgangsbesprekingen met de docent. Tevens wordt verwacht dat iedere student een aantoonbare bijdrage heeft geleverd aan alle onderdelen van het eindverslag en de presentatie daarvan door zijn/haar groepje.

Plenaire groepsbijeenkomst

Algemeen
Er zijn minimaal 2 plenaire groepsbijeenkomsten: een aan het begin (introductie) en een aan het einde van het BO (mondelinge presentaties). De docent kan meer dan 2 plenaire bijeenkomsten organiseren, als daar behoefte aan bestaat.

Voorbereiding bijeenkomsten
Voor de laatste plenaire bijeenkomst moet een presentatie worden voorbereid.

Bijdrage aan groepswerk
Een actieve bijdrage aan de bijeenkomsten.

Toetsen
Eindverslag + presentatie
Weging100
Minimum cijfer5,5

Beoordeling
De docent dient het bacheloronderzoek te beoordelen met een Beoordelingsformulier Bacheloronderzoek (zie Blackboard). Hierop wordt ook aangegeven of en hoe het tussentijds feedbackmoment en/of het mondeling tentamen heeft geleid tot aanpassing van het individuele cijfer. De begeleidend docent en één tweede beoordelaar beoordelen het eindverslag; de begeleidend docent en tenminste één andere docent beoordelen de presentatie.

Aspecten van academische vorming
Rapporteren over onderzoek - schriftelijk
Rapporteren over onderzoek - mondeling
Onderzoeksvaardigheden integraal

SluitenHelpPrint
Switch to English