SluitenHelpPrint
Switch to English
Cursus: 200300838
200300838
Leeronderzoek oriëntatiefase: sociale ongelijkheid
Cursus informatieRooster
Cursuscode200300838
Studiepunten (ECTS)7,5
Categorie / Niveau1 (Bachelor Inleiding)
CursustypeCursorisch onderwijs
VoertaalNederlands
Aangeboden doorFaculteit Sociale Wetenschappen; Undergraduate School Sociale Wetenschappen; Sociologie;
ContactpersoonSecretariaat Sociologie
Telefoon030-2532101
E-mailsociologie.fss@uu.nl
Docenten
Docent
dr. A. Knigge
Feedback en bereikbaarheid
Overige cursussen docent
Docent
dr. ir. N.W. Lagerweij
Overige cursussen docent
Contactpersoon van de cursus
Secretariaat Sociologie
Overige cursussen docent
Docent
dr. J.E. Wassenberg-Severijnen
Overige cursussen docent
Blok
3  (04-02-2019 t/m 19-04-2019)
Aanvangsblok
3
TimeslotBD: Zie 'Help'
Onderwijsvorm
Voltijd
Inschrijven via OSIRISNee
Inschrijven voor bijvakkersNee
VoorinschrijvingNee
WachtlijstNee
Plaatsingsprocedureniet van toepassing
Cursusdoelen
Aan het eind van de cursus is de student in staat om:
  • Uit de sociologie van sociale ongelijkheid de belangrijke elementen (vragen = P; theorieën = T; onderzoeksmethoden en -resultaten = O) te beschrijven, te evalueren en toe te passen. Daarbij kan de student:
    • De hoofdvragen (P) en belangrijkste theorieën (T), onderzoeksmethoden en -resultaten (O) uit de sociologie van sociale ongelijkheid reproduceren en uitleggen
    • De probleemstelling (p), theorie/hypothesen (t), en methode en resultaten (o) uit een bestaand onderzoeksartikel halen en
      • Uitleggen hoe die zich verhouden tot de hoofdvragen (P), -theorieën (T) en -resultaten (O) in het veld
      • Een beargumenteerd en kritisch oordeel geven over de onderlinge relatie en consistentie tussen de p, t en o
    • Op het thema sociale ongelijkheid zelf een concrete probleemstelling formuleren (p), hypothesen daarover afleiden uit passende theorie (t), en aangeven hoe die hypothesen getoetst kunnen worden met enquêteonderzoek (o).
  • Methoden en procedures van sociaalwetenschappelijk enquêteonderzoek te beschrijven, evalueren en toe te passen. Daarbij kan de student:
    • Methoden en procedures benoemen en uitleggen
    • Vragen / items voor vragenlijsten maken
    • De kwaliteit van vragen en vragenlijsten evalueren
    • Een vragenlijst met behulp van software zo vormgeven dat die digitaal af te nemen is.
Inhoud
In de Leeronderzoek Oriëntatiefase doen studenten kennis en vaardigheden op die nodig zijn om de verschillende elementen [P-T-O-(B)] met elkaar te kunnen verbinden, en dit mondt uit in een onderzoeksopzet die ze tijdens het Leeronderzoek in blok 4 gaan uitvoeren.

In deze cursus verdiepen studenten zich tijdens de hoorcolleges in sociale ongelijkheid, oftewel de stratificatiesociologie. Verschillende aspecten van sociale ongelijkheid komen aan bod, zoals haar dimensies (bijvoorbeeld status, inkomen, opleidingsniveau), typen (bijvoorbeeld op basis van sociale afkomst, sekse, etniciteit), en kenmerken (bijvoorbeeld mate van gelaagdheid, geslotenheid). Studenten leren wat voor soort vragen sociologen hierover stellen (P), welke theorieën ze hebben (T), welke methoden ze gebruiken om deze theorieën te toetsen, en welke antwoorden ze reeds gevonden hebben (O). Daarnaast krijgen studenten inzicht in de probleem-theorie-onderzoek (p-t-o) sequentie van een empirisch onderzoek. Studenten analyseren daarvoor eerst onderzoeksartikelen van anderen, zodat ze uiteindelijk zelf de p-t-o sequentie kunnen toepassen in een eigen onderzoeksopzet, die in het leeronderzoek in blok 4 verder uitgewerkt zal worden.

Tijdens de werkgroepen gaan de studenten verder in op de methoden en procedures van sociaalwetenschappelijk enquêteonderzoek. Ze zullen zelf enquêtevragen opstellen, bestaande enquêtevragen evalueren en suggesties doen voor verbetering. Dit alles gebeurt rondom de inhoudelijke thema’s die in de hoorcolleges aan bod komen. In de computerpractica leren studenten enquêtevragen te programmeren zodat de enquête digitaal afgenomen kan worden.
 
Eindtermen
Deze cursus draagt bij aan het behalen van de volgende eindtermen:
 
Probleem/Theorie:  
1a        De belangrijkste maatschappelijke problemen in de hedendaagse Nederlandse samenleving in internationaal vergelijkend en historisch perspectief; alsmede het verschil met sociologische vragen.
1b        De hoofdproblemen/thema’s van de sociologie.
1c        Belangrijkste theoretische tradities in de sociologie en inhoud van belangrijke theorieën; kennis van gezaghebbende empirische bevindingen en besef van hun relevantie.
1d        Maatschappelijke problemen analyseren en deze ‘omzetten‘ in sociologische problemen; en deze deelproblemen ordenen onder overkoepelende sociologische problemen.
1e        Hypothesen afleiden uit bestaande sociologische theorieën die een antwoord bieden op de geformuleerde vragen of nieuwe theorieën bedenken die een antwoord kunnen bieden.
1g        Bepalen hoe sterk een voorgestelde oplossing/theorie in het licht van logische consistentie en/of empirische bevindingen.
 
Onderzoek:
2a        Overzicht belangrijkste onderzoeksdesigns en methoden van dataverzameling.
2c        Oordelen over sterkte van het verrichte empirisch onderzoek.
 
Academische vaardigheden:
4b        Teksten lezen: begrip en interpretatie; hoofd- en bijzaken onderscheiden.
4d        Kunnen mondeling presenteren, discussiëren, helder formuleren en adequaat rapporteren;
4f         Kunnen actief deelnemen aan groepsdiscussies, constructief commentaar geven en in kleine groepen samen werken;
4g        Relevante informatie opzoeken en selecteren in de bibliotheek en op internet; ICT gebruiken.
 
Deze module is de inleiding op de module: Bachelor 1 'Leeronderzoek: Sociale ongelijkheid', cursuscode 200300836.
Ingangseisen
Voorkennis
Voorkennis kan o.a.worden opgedaan met “Inleiding Sociologie” code 200300007 of een vergelijkbaar vak.
Verplicht materiaal
Artikelen
Worden nader bekendgemaakt op Blackboard.
Werkvormen
Computerpracticum

Algemeen
In de computerpractica leren studenten enquêtevragen te programmeren zodat deze digitaal afgenomen kunnen worden.

Evaluatie

Algemeen
Dit zijn sessies waarbij de groepjes hun onderzoeksopzet met hun ‘begeleider’ bespreken.

Hoorcollege

Voorbereiding bijeenkomsten
Lezen van teksten, maken van leesoefeningen.

Inzage

Werkcollege

Voorbereiding bijeenkomsten
Maken van opdrachten vragenlijstconstructie en lezen van teksten.

Bijdrage aan groepswerk
Presentatie en constructief kritiek geven op elkaars werk

Toetsen
Actieve deelname
Weging0
Minimum cijfer-

Beoordeling
Men dient deel te nemen aan onderdelen vragenlijstconstructie en onderzoeksopzet.

Opdracht(en)
Weging50
Minimum cijfer5,5

Beoordeling
De opdrachten toetsen de vaardigheden van vragenlijstconstructie.

Tentamen
Weging50
Minimum cijfer5,5

Beoordeling
Het tentamen toetst de stof over sociale ongelijkheid zoals behandeld in de literatuur en tijdens de hoorcolleges.

SluitenHelpPrint
Switch to English