SluitenHelpPrint
Switch to English
Cursus: 200300007
200300007
Inleiding Sociologie
Cursus informatieRooster
Cursuscode200300007
Studiepunten (ECTS)7,5
Categorie / Niveau1 (Bachelor Inleiding)
CursustypeCursorisch onderwijs
VoertaalNederlands
Aangeboden doorFaculteit Sociale Wetenschappen; Undergraduate School Sociale Wetenschappen; Sociologie;
ContactpersoonSecretariaat Sociologie
Telefoon030-2532101
E-mailsociologie.fss@uu.nl
Docenten
Docent
J van der Ploeg
Overige cursussen docent
Contactpersoon van de cursus
prof. dr. F.A. van Tubergen
Overige cursussen docent
Docent
prof. dr. F.A. van Tubergen
Feedback en bereikbaarheid
Overige cursussen docent
Blok
1-2  (02-09-2019 t/m 31-01-2020)
Aanvangsblok
1
TimeslotAB: Zie 'Help'
Onderwijsvorm
Voltijd
Cursusinschrijving geopendvanaf 03-06-2019 t/m 30-06-2019
Inschrijven via OSIRISJa
Inschrijven voor bijvakkersJa
VoorinschrijvingNee
WachtlijstNee
Plaatsingsprocedureniet van toepassing
Cursusdoelen
  • Kennis verkrijgen over de hoofdvragen van de Sociologie en de deelvragen die daaronder vallen [P].
  • Zelfstandig wetenschappelijke vragen kunnen formuleren [P]
  • Kennis verkrijgen over de belangrijkste sociologische theorieën [T]
  • Zelfstandig hypothesen kunnen afleiden en in causale schema’s weergeven [T],
  • Kennis verkrijgen over de empirische ondersteuning van de belangrijkste sociologische theorieën [O]
  • Zelfstandig hypothesen kunnen relateren aan empirisch onderzoek [O]
Inhoud
Het doel van de cursus is dat je complexe sociale verschijnselen op een wetenschappelijke, analytische manier leert analyseren. In het eerste deel van de cursus gaan we in dit ‘leren denken als een socioloog’, en de algemene regels die sociologen hanteren bij het uitoefenen van hun vak. Wat is eigenlijk sociologie? Welke vragen stellen sociologen, en hoe verschilt sociologie van andere disciplines zoals psychologie en economie? Wat zijn sociologische theorieën, perspectieven en stromingen? Welke data en methoden gebruiken sociologen in hun onderzoek? En wat zijn de voor- en nadelen van dergelijke methoden? In dit deel doe je kennis op over het stellen van sociologische vragen, over theorieën en goede wetenschap, en over empirisch onderzoek. Je leert de drie hoofdthema's van de sociologie kennen, hoe je de juiste sociologische vragen stelt (P), hypothesen afleidt (T) en deze hypothesen toetst (O).
 
Vervolgens gaan we in op bestuderen van concrete sociale verschijnselen. Sociologen vatten het brede scala aan sociale verschijnselen en topics vaak samen onder meer algemene thema’s of ‘hoofdvragen’, te weten: ‘Cultuur’, ‘Sociale Cohesie (Sociale Structuur)’ en Sociale ongelijkheid. Cultuur: We bespreken sociale verschijnselen die te maken hebben met cultuur, zoals religie, normen, waarden en kennis. Is er sprake van secularisering in de wereld? We bespreken de rationaliseringstheorie van Weber, de civilisatietheorie van Elias, en de postmaterialisme hypothese van Inglehart. Sociale cohesie/structuur: We bestuderen sociale netwerken, sociale isolatie en populariteit, groepsconflicten, segregatie en integratie. Sociale ongelijkheid: we zullen ingaan op verschillende vormen van ongelijkheid. Hoe groot is de inkomensongelijkheid in landen, tussen mannen en vrouwen, allochtonen en autochtonen? Is de sociale ongelijkheid in Nederland en in de wereld aan het toenemen? En hoe kunnen we sociale ongelijkheid verklaren?
Ingangseisen
Verplicht materiaal
Literatuur
Van Tubergen, Frank. Introduction to Sociology.
Literatuur
Aanvullende literatuur
Werkvormen
Hoorcollege

Algemeen
Klassiek hoorcollege en/of weblectures.
Zie voor meer informatie de cursushandleiding.

Inzage

Werkcollege

Algemeen
Zie voor meer informatie de cursushandleiding.

Bijdrage aan groepswerk
Actieve deelname aan de discussie, maken van opdrachten. Studenten dienen tenminste 80% van de bijeenkomsten aanwezig te zijn.

Werkgroep

Toetsen
Eindresultaat
Weging100
Minimum cijfer5,5

Beoordeling
Digitaal tentamen (70%) en opdracht (30%). Getoetst wordt: (1) hoofdvragen kunnen benoemen en van deelvragen onderscheiden; (2) zelfstandig wetenschappelijke vragen kunnen formuleren, (3) belangrijke sociologische theorieën kunnen uitleggen, (4) zelfstandig hypothesen kunnen afleiden en in causale schema’s kunnen weergeven (5) de empirische ondersteuning van de belangrijke sociologische theorieën kunnen bespreken, (6) zelfstandig hypothesen kunnen relateren aan empirisch onderzoek.

SluitenHelpPrint
Switch to English