SluitenHelpPrint
Switch to English
Cursus: ME3V15009
ME3V15009
Methoden van publieksonderzoek
Cursus informatieRooster
CursuscodeME3V15009
Studiepunten (ECTS)7,5
Categorie / Niveau3 (Bachelor Gevorderd)
CursustypeCursorisch onderwijs
VoertaalNederlands
Aangeboden doorFaculteit Geesteswetenschappen; BA Onderwijs Geesteswetenschappen; Ug School Media en Cultuurwetenschappen;
Contactpersoondr. O. da Costa Fialho
E-mailO.Fialho@uu.nl
Docenten
Contactpersoon van de cursus
dr. O. da Costa Fialho
Overige cursussen docent
Docent
dr. O. da Costa Fialho
Overige cursussen docent
Blok
4  (25-04-2016 t/m 01-07-2016)
Aanvangsblok
4
TimeslotA: MA-ochtend, DI-namiddag, WO-ochtend
D: WO-middag, WO-namiddag, Vrijdag
Onderwijsvorm
Voltijd
OpmerkingDeze cursus maakt deel uit van de minor Kunst, beleid en maatschappij. Oude code TF3V14008
Cursusinschrijving geopendvanaf 04-04-2016 09:00 t/m 05-04-2016 23:59
AanmeldingsprocedureOsiris
Inschrijven via OSIRISJa
Inschrijven voor bijvakkersJa
VoorinschrijvingNee
WachtlijstNee
Plaatsingsprocedure(Sub)school
Cursusdoelen
Aan het eind van de cursus heeft de student inhoudelijke kennis op een deelterrein van de mediapsychologie (thema varieert per jaar: o.a. humorpsychologie, emotiepsychologie, politieke psychologie). Studenten verkrijgen inzicht in receptieprocessen; vaardigheden in het zelfstandig opzetten en uitvoeren van een empirisch kwantitatief onderzoek, het kritisch omgaan met resultaten van psychologische en sociologische studies, leemtes ontdekken in de aanwezige kennis, het formuleren van toetsbare hypotheses op basis van Geesteswetenschappelijke theorie. Onderzoeksvaardigheden zijn het opzetten van een experiment, het ontwikkelen van een questionnaire, het uitvoeren van statistische analyses, en een wetenschappelijk verantwoorde verslaglegging, maar ook het gebruik van onderzoeksresultaten als bijdrage aan een oplossing van maatschappelijke vraagstukken of van niet-academische onderzoeksproblemen.
Inhoud
In deze cursus worden psychologische en sociaalwetenschappelijke methoden en technieken van onderzoek besproken. Voor het bestuderen en zelf uitvoeren van theoretisch-empirisch onderzoek met betrekking tot theater, film en televisie zullen studenten vertrouwd gemaakt worden met verschillende vormen van theoretisch-empirisch onderzoek, met basisbegrippen uit de theoretisch-empirische benaderingen en met methodologie en statistiek. De verschillende aspecten die aan empirisch onderzoek te onderscheiden zijn worden behandeld, zoals de empirische cyclus, verificatie en falsificatie, het uit een theorie afleiden van toetsbare hypothesen, operationalisering, kwantitatieve en kwalitatieve methoden, vragenlijstconstructie, validiteit en betrouwbaarheid, gegevensverwerking, rapportage en evaluatie van de resultaten in samenhang met het gestelde doel. Gaandeweg wordt een globaal overzicht geboden van het theoretisch-empirisch onderzoek zoals dit in de theater-, film- en televisiewetenschap wordt uitgevoerd (bijvoorbeeld onderzoek naar de toeschouwersbeleving, focusgroepanalyse). In kleine werkgroepen zal stapsgewijs, en onder begeleiding van de docent, naar een theoretisch-empirisch onderzoeksvoorstel met betrekking tot theater, film of televisie worden toegewerkt. Daarbij kunnen zowel de productie- als de receptiezijde van theater, film of televisie aan de orde komen. Bij de uitwerking van de opdrachten en het onderzoeksvoorstel kunnen studenten kiezen tussen werken op het gebied van theater of werken op het gebied van film en televisie.
Ingangseisen
Je moet minimaal 45 punten van het bachelor programma hebben behaald
Voorkennis
Aanbevolen (niet verplicht) is enige kennis over psychologie van media en kunsten.
Voorkennis kan worden opgedaan met
200800283- Psychologie van media en kunsten
Verplicht materiaal
Reader
Reader Methoden en technieken van publieks- en receptieonderzoek
Boek
Van Peer.W.et al.(2012) Scientific Methods for the Humanities. Amsterdam: Benjamins (paperback)
Werkvormen
Hoorcollege

Werkcollege

Voorbereiding bijeenkomsten
Actieve deelname aan de cursus is een absolute voorwaarde. Daar hoort bij dat de voorgeschreven lectuur voor aanvang van ieder college bestudeerd is, en dat schriftelijke verwerkingsopdrachten gemaakt zijn en meegebracht worden naar de hoor- en werkcolleges.

Bijdrage aan groepswerk
Bijdrage aan gezamenlijke voorbereiding en uitvoering van een publieksonderzoek.

Toetsen
Opdracht(en)
Weging60
Minimum cijfer-

Schriftelijk tentamen
Weging40
Minimum cijfer-

Beoordeling
Voor alle toetsen: De mate waarin de student kennis heeft van onderzoeksmethoden uit de sociale wetenschappen, deze weet toe te passen, de voor- en nadelen kent van de verschillende onderzoekstechnieken, en in staat is zelfstandig een onderzoeksvraag volledig uit te werken in een onderzoeksopzet. Verder: actieve participatie in de werk- en hoorcolleges.

Aspecten van academische vorming
Academisch denken, werken en handelen
Communicatieve vaardigheden
Kennis hanteren in een bredere context
Hanteren van wetenschappelijk instrumentarium

SluitenHelpPrint
Switch to English