SluitenHelpPrint
Switch to English
Cursus: 201000050
201000050
Woorden in vertaling: Lexicale semantiek en taalverschillen
Cursus informatieRooster
Cursuscode201000050
Studiepunten (ECTS)7,5
Categorie / Niveau2 (Bachelor Verdiepend)
CursustypeCursorisch onderwijs
VoertaalNederlands
Aangeboden doorFaculteit Geesteswetenschappen; BA Onderwijs Geesteswetenschappen; Ug School Moderne Talen;
Contactpersoondr. B.S.W. Le Bruyn
E-mailB.S.W.LeBruyn@uu.nl
Docenten
Docent
dr. A. Goldschmidt
Overige cursussen docent
Contactpersoon van de cursus
dr. B.S.W. Le Bruyn
Overige cursussen docent
Docent
dr. B.S.W. Le Bruyn
Overige cursussen docent
Blok
2  (12-11-2012 t/m 26-01-2013)
Aanvangsblok
2
TimeslotC: MA-middag/namiddag,DI-middag, DO-ochtend
Onderwijsvorm
Voltijd
Cursusinschrijving geopendvanaf 29-10-2012 t/m 30-10-2012
AanmeldingsprocedureOsiris
Inschrijven via OSIRISJa
Inschrijven voor bijvakkersJa
VoorinschrijvingNee
WachtlijstNee
Plaatsingsprocedure(Sub)school
Cursusdoelen
zie inhoud.
Inhoud

Talen in de wereld verschillen in de manier waarop ze de werkelijkheid door woorden opdelen. Die verschillen zijn belangrijk voor ons denken over de aard van ons taalvermogen en de wisselwerking met culturele en cognitieve factoren, en ze zijn relevant voor interculturele communicatie, vreemde-talenonderwijs en vooral voor vertalen.

Deze cursus biedt een grondige kennismaking met de belangrijkste hedendaagse benaderingen van die lexicaal-semantische taalverschillen, met onder andere semantische primitieven, woordvelden, de Sapir-Whorf-hypothese en conceptuele metaforen. Voor die kennismaking lezen we oorspronkelijke artikelen uit de afgelopen drie decennia en we gaan ook zelf kijken naar allerlei lexicale verschijnselen op het gebied van polysemie, metaforen en collocaties.

Verschillende manieren om gegevens over lexicaal-semantische taalvariatie te verzamelen zullen de revue passeren, maar de cursus zal vooral aandacht besteden aan het gebruik van corpora, waaronder ook parallelle corpora op basis van verschillende soorten vertalingen. In een computerpracticum zal de student ook zelf corpora gebruiken om taalverschillen en ‑overeenkomsten te bestuderen, allereerst om een beter zicht te krijgen op lexicale verschijnselen en taalcontrasten, maar ook op de manier waarop daarmee in vertalingen wordt omgegaan.

Doel:

Aan het eind van de cursus is de student in staat om verschijnselen en theorieën op het gebied van lexicale semantiek en taalvariatie beter te kunnen plaatsen, in het bijzonder in verband met vertalingen, en om in dit verband op een elementaire manier gebruik te maken van taalcorpora. De succesvolle student kan verschillende vormen van lexicale ambiguïteit herkennen, woordvelden analyseren in termen van semantic maps, eenvoudige componentiële analyses maken en beoordelen, metaforen ontleden vanuit het perspectief van de conceptual metaphor theory, verschillende soorten vaste verbindingen herkennen en benoemen, uitleggen wat linguïstisch relativisme inhoudt en cognitieve en stilistische effecten ervan noemen, verschillen in lidwoordgebruik tussen talen analyseren. Daarnaast kan de student op basis van eenvoudige onderzoeksvragen monolinguale en parallelle corpora doorzoeken (met software als Paraconc, corpusspecifieke zoekinterfaces of een combinatie van Word en Excel) en over de resultaten rapporteren.

 

Competenties
-
Ingangseisen
Je moet voldoen aan de volgende eisen
  • Minimaal 15 ECTS voor de categorie Bachelor Inleiding behaald
Voorkennis
Inleiding taalwetenschap
Voorkennis kan worden opgedaan met
Inleiding ATW A of B, Toren van Babel, Perspectieven op de taalwetenschap, Taal en de menselijke natuur, Van Taal naar Theorie, Taal, Mens en Maatschappij, een inleiding in de taalkunde van een bepaalde taal.
Bronnen van zelfstudie
V. Fromkin, R. Rodman, M, N. Hyams (2011): An Introduction to Language, Wadsworth, Language Learning.
Verplicht materiaal
Boek
Cruse, Alan (2011), Meaning in Language, Oxford Third Edition.
Kosten materiaal:35,00
Werkvormen
Computerpracticum

Algemeen
In het computerpracticum wordt gewerkt met taalcorpora.

Voorbereiding bijeenkomsten
Bestuderen van de opgegeven literatuur. Maken van opgegeven opdrachten.

Bijdrage aan groepswerk
In kleine groepen uitvoeren van (corpus)onderzoeksopdrachten en daarover schriftelijk of mondeling rapporteren.

Hoor/werkcollege

Algemeen
In de 2 hoor/werkcolleges geeft de docent in het hoorcollege-gedeelte de achtergronden en kernpunten van de gelezen literatuur en in het werkcollege-gedeelte wordt op specifieke onderdelen ingegaan (gedeeltelijk op basis van de opdrachten).

Voorbereiding bijeenkomsten
Bestuderen van de opgegeven literatuur. Maken van opgegeven opdrachten.

Bijdrage aan groepswerk
In kleine groepen uitvoeren van (corpus)onderzoeksopdrachten en daarover schriftelijk of mondeling rapporteren.

Toetsen
Eindtoets
Weging40
Minimum cijfer-

Aspecten van academische vorming
Academisch denken, werken en handelen
Hanteren van wetenschappelijk instrumentarium

Opdracht(en)
Weging60
Minimum cijfer-

Beoordeling
Inzicht in de theorievorming over lexicale taalverschillen en de implicaties daarvan voor vertalen. Fundamentele kennis en vaardigheid op het gebied van taalcorpora.
NB Dit geldt voor alle toetsen.

Aspecten van academische vorming
Academisch denken, werken en handelen
Hanteren van wetenschappelijk instrumentarium

SluitenHelpPrint
Switch to English